Mijn virtuele Dodentocht.

De organisatoren van de Dodentocht lanceerden de Warmste WInter Challenge (Powered bij Dodentocht). Het is de bedoeling om tussen 1 januari en 31 maart 100 km te stappen. Deelnemen kan voor 10 euro. Het ingezamelde geld is integraal voor de Dodentocht zelf.

Sint-Maria-Aalter (0 tot 18,42 km)

https://ownb.be/c-walk-sint-maria-aalter/

De eerste wandeltocht begint in het Oost-Vlaamse Sint-Maria-Aalter. De weersomstandigheden zijn in dit seizoen van het jaar compleet anders dan midden augustus. De temperatuur voelt hier fris aan en ik heb moeite om me warm te houden.

In aanloop naar de Dodentocht staan de zenuwen reeds van dagen voor de start op scherp. Alles begint met het klaar leggen van wat ik allemaal-eventueel-misschien zou nodig kunnen hebben. Daar ik telkens alleen ga, is het belangrijk om keuzes te maken. Goed wikken en wegen is dan de boodschap. Iedere gram in de rugzak kan onderweg misschien wel net die teveel zijn. Of net die verse t-shirt of regenvest te weinig mee hebben kan een morele opoffer van jewelste verzoorzaken.

Nog net die dag verlof kunnen opnemen of toch nog een volle dag werken. Is altijd spannend afwachten hoe dit zal uitdraaien in de aanloop van mijn vertrek. Heb beide scenario’s reeds mee gemaakt in het verleden. Ondanks de zorgen vooraf, heeft dit nooit tot een opgave geleidt.

Vrijdag avond altijd druk op de wegen richting Bornem, de innerlijke spanning loopt op. Die N16 is telkens terug een aanslag op de gezondheid van mijn hart.
Ja, ik weet dat de trein altijd wel een alternatief is. Maar dit heeft veel beperktheden voor iemand die de Dodentocht Solo onderneemt. Zoals extra water en cola in de koffer. Of een latere selectie van wat ik zou meenemen voor onderweg. De trein op-en afstappen na 100 km is ook niet iets waar ik nu nog voor sta te springen.

Er is altijd een gezellige drukte in het centrum van Bornem. Waar ik even kan van genieten, maar waar ik ook graag terug van weg ga. Ik kan meer genieten van de tocht door de lokale straten van Bornem richting de startplaats.

Doorheen de jaren de startplaats zien vervellen van samen aanschuiven in de straten over verzamelen aan de Kloosterstraat tot Domein Breeven. Op deze laatste locatie altijd keuzestress welk vak ik zou nemen. Bi mijn laatste twee edities telkens een ander vak genomen. Om te kunnen vergelijken wat voor mij het best werkt bij de start. Het geeft een beetje een Rock Werchter gevoel. Samen opgepropt op een weide met een muziektoren in het midden. Jammer genoeg waren telkens de speechen en aankondigingen moeilijk tot onhoorbaar.

Een wederkerend fenomeen is dat een kwartier voor de start iedereen plots begint recht te staan en nog net niet begint te drummen. Bij iedereen bereikt de spanning en de verwachtingen nu een hoogte punt.

Die eerste kilometers ervaar ik altijd als een hel (ja ja Dodentocht 🙂 ). weinig ruimte om te stappen, verplicht het tempo aanhouden van de groep. Ofwel te snel, ofwel te traag.

Pas na de eerste rustpost begint er wat meer ruimte te ontstaan. Oef, eindelijk wat ademruimte, maar vooral meer beenruimte. Het blijft echter druk en dit zal zo blijven tot aan de rustpost van Friesland. Op 15.9 kilometer is er al veel volk die even de nodige pauze neemt, de voeten aan een eerste inspectie onderwerpen. De kousen toch terug goed steken of de eerste blaren behandelen. Voor mij is dit een punt om wat drank bij te tanken, een rijst taartje te nemen en me mentaal voor te bereiden om de nacht in te stappen.

Herstberge (18,42 tot 42.97 km)

https://ownb.be/c-walk-hertsberge/

Ondertussen ben ik de nacht ingestapt, rondom mij zijn de gesprekken verstomd. Iedereen stapt verzonken in de eigen gedachten van het moment. Nu en dan nog wat gefluister of een gesprek met een oude bekende. De nacht brengt rust.

De nacht brengt ook frissere temperaturen of zelf regen. Mensen stoppen langs de kant van het wandelpad om een jas, trui, … iets te drinken of eten uit te halen. Sommigen doen dit al wandelend, voor wie achterop komt is het even oppassen geblazen. Voor en achter mij zie ik overal lichtjes van zaklampen oplichten in het duister. Op het wandelpad langs de Schelde komt Bobbejaan Schoepen met de Lichtjes van de Schelde spontaan bij mij op.

Ergens in een fabriekspand aan de overzijde van de Schelde is er in dit nachtelijk uur duidelijk ambiance als de muziektonen de overkant bereiken. De nachtploeg amuseert zich duidelijk.

Een oneffen pad maakt mij er bewust van dat de afgelegde kilometers duidelijk hun tol beginnen te eisen. Die oneffenheden voelen toch wel al ongemakkelijk aan.

Hoe verder de nacht vordert is het voor mij aangenamer om te stappen. Eindelijk kan ik mijn eigen stap tempo gaan volgen. Is er genoeg ruimte om mee heen om de gemakkelijkste en meest effen plaatsen te zoeken om mijn voeten te zetten.

Wintam, Ruisbroek en Breendonk komen voorbij. Midden de nachtelijke uren komt voor het eerst de bedenking naar boven. “Waarom doe ik mijzelf dit toch aan?” Later zal die gedachte vele malen sterker naar boven komen.

Voorlopig hou ik de kilometers van de Nacht van West-Vlaanderen in mijn achterhoofd. Als ik de 42 km haal heb ik in vergelijking met Torhout een nachtje gestapt. Wetende hoe die 42 aanvoelt, maak ik de balans en de vergelijking op. Het is ongeveer 2 maanden geleden dat ik dat heb gestapt. Kan de lichamelijke pijnen en de mentale vermoeidheid vergelijken. Dit geeft met moed en uitzicht om in het donker verder te blijven stappen.

Ingelmunster (42.97 – 60.85 km)

https://ownb.be/c-walk-ingelmunster-4/

Een opluchting gaat door mijn lichaam. De 42 km is binnen en nu op naar halfweg. Het verlangen om te kunnen aftellen is zo groot dat dit voor een eerste grote dip veroorzaakt. Wat lijken die kilometers naar halfweg nog oh zo ver.

Steenhuffel is niet zo veraf meer, dit is nu mijn eerste doel om te halen. Nog enkele mentaal zware kilometers voor de boeg. Het vooruitzicht naar wat drank en eten lijken ook niet het meest motiverende aanbod te zijn. Drinken gaat er nog in, eten is ondertussen al vele malen moeilijker. Het worden vanaf nu kleine hapjes nemen om toch iets binnen te krijgen.

Stilaan voelt het buiten ook frisser, of zal ik zeggen kouder aan. Het einde van de nacht is in aantocht, wat ook het koudste moment zal worden. Wat verlangt een mens plots naar het ochtendgloren. Vanaf nu is het stap voor stap, voet over voet zetten om vooruit te gaan.

Die 50 km lijkt zo tastbaar te zijn en toch nog zo ver weg om te grijpen. Hé, in de verte zie ik wandelaars vertragen en doemt er een een Dodentocht bord op van 50 km. Heb ik nu nog de courage om mijn pas in te houden voor het nemen van een foto? Of laat ik het aan mij voorbij gaan? Wat ben ik jaloers op diegene die schijnbaar huppelend stoppen om selfies te nemen. Deze kracht heb ik niet meer in de benen. Dan maar snel een foto proberen te nemen. Niet teveel vertragen, stilstaan ten allen tijde vermijden. Wat voelen die benen zwaar aan en wat is het verlangen naar Merchtem oh zo groot.

Het verlangen naar Merchtem verdwijnt al snel als ijs voor de zon bij het betreden van de sporthal. Wat is dat daar telkens warm, doef en een geur van zweet die tegemoet treed. Ik schuif aan in de rij voor een broodje en wat drinken. Oei, mijn benen willen niet te lang stilstaan. Ik maak me sterk dat even rusten mij deugd zal doen. Snel mijn hand uitstekend voor het nemen van twee broodjes en stiekem een derde voor verder onderweg op te peuzelen.

Oei, een rustplaats zoeken gaat vlotter dan de jaren voorheen. Bezoekers en volgers worden geweerd en er wordt meer plaats voorzien voor de wandelaars. Comfortabel zitten zit er wel niet in. Een gammele stoel of een Zweedse bank? Beiden te vermijden, maar een andere keuze is er niet. Met veel grimassen lukt het mij om me neer te zetten. De pijn vlamt door gans mijn lichaam. Eten is een aartsmoeilijke bezigheid, met uitzicht op voeten vol blaren, geuren van zweet, … en waar leg ik nu best mijn broodje neer? Kan mij allemaal niets meer schelen, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en moeten erdoor.

Nog wat rommelen in de rugzak om de powerbank terug te vinden voor de om de smartphone en de Garmin horloge even bij te laden. Een extra jasje of trui zoeken om straks aan te doen. De voeten even aanvoelen of alles er nog goed zit, schoenen uitdoen durf ik al lang niet meer. Bang om mijn gezwollen voeten er niet meer in te krijgen.

Rechtstaan om verder te gaan is een nationale ramp te noemen en de eerste 500 meter een wereldramp. Maar eindelijk die warme sporthal verlaten is het beste wat mij nu kan overkomen. Gelukkig ben ik al voorbereid op de koude die mij dan telkens overvalt. Ik zie wandelaars met overlevingsdekens sukkelen en vechten tegen de wind om deze toch maar om zich heen te kunnen wikkelen.

De ochtend is aangebroken en de zon (als die van de partij is) warmt mijn lichaam snel terug op.

Vanaf nu kan ik beginnen aftellen van (+/-) 50 naar 0. Die gedachte geeft me extra energie om verder te gaan. Hoewel alle delen van mijn lichaam het tegenovergestelde uitschreeuwen.

Maar nog veel veel belangrijker is dat ik vanaf nu enkel nog maar verder kijk tot de volgende rustpost. Het rekenen kan beginnen in mijn hoofd. Op weg naar de volgende controle post, Buggenhout.

Koekelare (60.58 – 78.55 km)

https://ownb.be/c-walk-koekelare/

Het is ondertussen gelukkig al volop klaar. Wat ervoor zorgt dat een mens opkikkert van de zon te zien, of de wolken en de regen te voelen.

Vanaf nu is het alle hens aan dek. Het aftellen gebeurt nu van rustpost tot rustpost. Voortdurend in het achterhoofd rekenen “het is nog zoveel kilometer tot de volgende”. Daarna komt er nog een lang stuk en daarna zijn het telkens kortere afstanden van 5 tot een hanteerbare 7 km (of zoiets). Mijn moraal gaat ook als een jo jo op en neer?

Elke spier die ook maar kan protesteren begint te drummen om luidkeels te roepen “ik heb pijn”. Dit zorgt er ook voor dat elk klein steentje op de weg of op de onverharde paden voelt als een grote kei die onder mijn voeten voorbij passeert.

Ik denk in dit stuk al twee jaar na elkaar een mevrouw op een paard tegen te komen. Waarschijnlijk doet ze dit bewust om haar paard aan mensen gewenning te laten doen. Mijn herinneringen en ervaringen zijn telkens van negatieve aard. Zo is het paard eens geschrokken van de plastieken poncho die door de wind opwaaide. Paard geschrokken en ik nog veel meer. Met mijn stramme benen was dit een extra onaangename ervaring. Het jaar erop was het weer van dat.

De volgers op het parkoers beginnen mij ook volop te irriteren. Met hun fietsen aan de hand willen ze voor kruipen of maken geen plaats voor de wandelaar. Of ze volgen al zigzaggend een andere wandelaar waardoor je niet goed kan inschatten of ik mijn eigen tempo kan stappen of rekening moet houden om te kunnen uitwijken. Men zou dit moeten kunnen verbieden, maar er zullen altijd van die mensen zijn die toch hun gedacht willen zullen doen.

Controle post van Puurs komt langzaamaan in zicht. Mentaal begint de voorbereiding dat de resterende kilometers een doordeweekse afstand is. Dit zal me de komende kilometers recht houden.

Dentergem (78.55 – 95.64 km)

https://ownb.be/c-walk-dentergem/

In mijn hoofd speelt ondertussen de gedachte dat er mij nog maar een doordeweekse wandeltocht te wachten staat. Zo eentje van ruim 20 km. Deze gedachte brengt troost, hoop … maar ook het gevoel dat ik er nog niet ben. Alles aan mijn lichaam doet ondertussen pijn en schreeuwt om rust. Rusten zit er echter nog helemaal niet in. Iedere vertraging van mijn ritme brengt extra pijn in mijn benen. Het mij telkens opnieuw op gang trekken vergt zoveel inspanning. Echt stoppen zit er vanaf nu niet meer in.

De meelopers en fietsers beginnen op dit punt van het parkoers irritant te worden. Het vergt zoveel mentale inspanning om te kunnen inschatten wat die fietser voor mij gaat doen. Vertragen? Of aan de zelfde kant blijven rijden zoals die nu doet? Het zal allemaal waarschijnlijk wel goed bedoelt zijn, maar mijn tolerantie grens na ruim 80 km stappen zit ondertussen onder nul.

Het is een goede zaak geworden dat de organisatie met polsbandjes is beginnen werken. Op die manier staat de wandelaar terug centraal. Wat ruimte en rust brengt op de rustposten. Hun beste beslissing ooit.

Mijn gedachten glijden af naar de dijk die ik voor de boeg heb ondertussen. Ik heb er mij ondertussen bij neergelegd dat dit zo eindeloos lijkt. Op dit punt besef je wat zo dicht bij ligt, zo ver weg kan zijn. De weg naar de dijk ligt bezaaid met dikke keien, bouwafval … kortom een stuk waar je letterlijk je voeten kan op breken. Zo beleef ik het telkens.

Het jaagpad is de laatste tijd rustig geworden, enkel wandelaars mogen er nog op en de laatste jaren wordt er ook effectief controle gevoerd om dit te laten naleven. Dus geen fietsers die je tegemoet komen enkel lotgenoten die net zoals ik uitgeput uitkijken naar Bornem, naar de startplaats, de aankomst ….

Ingelmunster (95.64 – 100.44 km)

Oh wat kan ik vloeken op de bruggetje. Dat zo stijl naar beneden gaat. Maar een glas cola die op mij wacht kan op dit moment van de tocht echt wel verschrikkelijk veel deugd doen. De zwermen bijen bij warm weer neem ik er wel bij. Er heerst hier altijd een vrolijke ambiance, wordt je altijd aangemoedigd door mensen dat je niet kent. Is op dat moment wel nodig om de kleine helling te kunnen nemen om terug op dijk te komen.

Naast de vermoeidheid, de pijn en de vele twijfels van onderweg begint de vreugde en voldoening de bovenhand te krijgen. Maar wat zijn die laatste kilometers toch lang. Het is alsof ze speciaal dubbel zo lang gemaakt zijn. Is wel niet zo, maar voelt wel zo aan.

Ik vergeet telkens dat het nog een stuk klimmen is om Bornem te bereiken. Telkens vloek ik hierop in mijn binnenste en misschien ook wel eens luidop. Nu en dan haal ik een wandelaar in, met mijn laatste krachten die mij nog resten wens ik hen telkens proficiat. We zijn lot genoten geworden en een kleine aanmoediging kan deugd doen.

Grrrr, het wordt drukken op straat, spelende kinderen. Hoe moet ik die nog ontwijken. Daar heb ik absoluut niet meer de kracht voor.

De muziek en rijen dikke mensen die kijken, praten, aanmoedigen …. wat een euforisch gevoel maakt er zich van mij meester. Kan ik niet beschrijven hoe dit echt aanvoelt. Maar ook de keiharde en verbeten wetenschap van “Ik doe dit nooit meer van mijn leven”. Een klein stemmetje tikt mij ondertussen op de schouder en zegt mij. Ja ja en volgend jaar sta je hier terug vol ongeduld te trappelen om te starten.

De medaille, diploma en geschenken in ontvangst nemen en zo snel mogelijk deze tent aan de aankomst uit komen. Hoewel ik nog kan stappen, voelt er een blok van pijn over mijn lichaam. Ik wil hier gewoon weg, weg uit de drukte naar mijn wagen. Mij even op mijn gemak zetten en bekomen van de voorbije 24 uren.