C-Walk: Waalwijk (NL) – 80 van de Langstraat Solo

Waar moet ik beginnen met mijn verhaal? Het feestgedruis? De temperatuur? Of dat ik de dood in de ogen keek? Misschien best bij het begin, veel is er zeker te vertellen van mijn solo Kennedymars in Waalwijk dit jaar.

September staat sinds enkele jaren aangekruist als de “maand van Waalwijk”. Het is op vlak van parkoers niet de mooiste, maar op vlak van feestgedruis mag deze samen met Someren de eerste plaats delen. Het begon te borrelen, ondanks de realiteit dat ik te weinig wandel kilometers in de benen had. Enkel vorige week een 8tal C-Walks met telkens te verwaarlozen afstanden.

In mijn hoofd was het dan nog een tweestrijd tussen Waalwijk en Rijsbergen. Rationeel sloeg de balans door naar Waalwijk. De wetenschap dat ik vlugger hulp zou kunnen inroepen of dat er iets meer mogelijkheden zou zijn om snel iets bij te kopen was een rustgevende gedachte. De natuur en het mooie parkoers heeft het in mijn hoofd moeten afleggen tegenover drukte en beton. 

Dus hop, auto vol geladen en richting Waalwijk voor een ruim twee uur durende rit. Met in mijn hoofd de tweestrijd van oranje tot rode Covid-19 zones, In quarantaine gaan bij terugkeer (zag al een vermanende Marc van Ranst met een omhoog gestoken vinger op mijn schouder zitten), formulieren invullen, … Goh waar een mens zich anno 2020 allemaal druk in hoeft te maken. Eénmaal in Nederland zag ik enkel nog Nederlandse nummerplaten, een verdwaalde fransman ertussen en een Pool. Maar geen rood-witte Belgische nummerplaten. De twijfel sloeg terug hard toe! zou ik terug keren? Dan toch misschien Rijsbergen, dat ligt meer tegen de grens. De worsteling bleef tot in Waalwijk door mijn hoofd spoken. 

Met de auto gereden tot aan de Taxandria parking II, waar ik andere jaren ook parkeerde. Oeps, tegen 17:30 uur een bijna lege parking. Halfweg geparkeerd zodat ik nog snel in de struiken eens een onopvallend plasje kon doen. Waar een mens zich toch mee bezighoud!!

Bijna geen volk te bespeuren, geen tassenvervoer, geen gezellige drukte, geen party muziek, geen frietkot om nog een hapje te eten, geen terras om samen met andere wandelaars te verbroederen, geen massa om in te wachten voor de start, …. Enkel een geordend en gezellige bedoening met grote terrassen en mensen die rustig keuvelend genoten van een warme dinsdag avond in september. Want warm was het, zwoel warm ….

Oeps, dat wordt even wennen. De straat is deze keer niet bedoeld voor mij. Ik zal mijn reglementair aan de verkeersregels moeten houden. Gebruik maken van het voetpad, aan de verkeerslichten mooi wachten tot die op groen springen. Goh, het eerste wat mij opviel was die lange laan om door te stappen en die zou nog tegen wil en dank terug keren. Binnensmonds gevloek, dit trottoir (of wat er voor moet voor doorgaan) ligt vol bubbels van opgestuwde klinkers door de wortels van de bomen. Met dit probleem in mijn achterhoofd het parkoers nog even overschouwd. Om tot het besluit te komen dat ik enkele aanpassingen ga doorvoeren. 

De eerste kleine lus, terug naar Waalwijk om naar het voetbalstadion van RKC Waalwijk. Om voor mezelf het overzicht te behouden in die lussen die elkaar ook nog eens kruisen besloten om telkens gewoon rechtdoor te trekken. Het was warm en druk met fietsers. Op een egaal dubbelstrook fietspad zonder putten ver weg van het autoverkeer. Niet voor de eerste keer tijdens de tocht kwam er bewondering bij mij naar boven. Als ik eerlijk ben? Was het een gevoel van jaloezie! De vergelijking met de aftandse fietspaden vol putten en bubbels bij ons, waar je dan ook nog eens door het autoverkeer de wielen van je fiets wordt gereden ….. Zonder feestgedruis vallen zulke zaken des te harder op.

De schemering ging over in de nacht, Waalwijk achter mij latend. De nachtelijke rust kwam mij tegemoet. Had ik tot nu toe het feestgedruis gemist, dan overviel het deken van de stilte mij als een rustgevende gedachte. De stilte, maar ook de herinneringen van straten met vuurkorven, verbroederende buren, versierde straten en luide muziek …. En nu was het stil, muisstil. Wat heb ik daar van genoten in de nacht. 

Het was rond 23 uur in Haarsteeg dat iemand uit het donker mij iets toeriep. Enkele stappen terug gezet. Ben je bezig met de “80 Langstraat” – ja, “Weet de organisatie dit” – euh neen, “Ze moeten daar aan de aankomst toch staan met de pers” – goh, hoeft niet echt voor mij. Hij wenste me met respect in zijn stem het allerbeste toe voor de verdere tocht. Met een warm gevoel kon ik verder de nacht in gaan.

Op weg naar Elshout kwam er een donker stuk weg aan. Ik hoorde iets in de donkere nacht. Niet wetende wat het was, mijn hoofdlampje uit de rugzak halend was ik er wel gerust in. Het zal wel een dier zijn die ergens in de struiken springt. Het was pikkedonker, geen straatverlichting maar ook geen ander licht kon deze plaats iets grijzer kon maken. Mijn hoofdlamp bescheen een grote zijtak van een boom die tot halfweg op de rijbaan lag. Op hetzelfde ogenblik kwam er ook nog een auto uit de andere richting in volle vaart. Vreselijke gedachten schoten door mijn hoofd. Met mijn éne hand de tak vastpakkend en de andere hand zwaaiend naar de auto om duidelijk te maken snelheid te minderen. Oef, de auto wijkt uit en vertraagd – passeert en rijd door. Daar sta je dan, midden in de nacht, hart hevig bonkend in de keel, alleen in het duister. Moet ik nu bellen naar 112 om dit te melden? De tak heb ik van de weg getrokken, dus gevaar is geweken. Niet echt wetende waar ik op het parkoers was, begin dat dan maar eens via de telefoon uit te leggen! Bekomend van de schrik, kwam de tweede golf over mij heen. Als ik niet zou hebben staan praten zou ik net onder de boom geweest zijn toen die tak naar beneden viel. Mocht er niet aan denken.

Na Elshout kwam Drunen in zicht, hier eerder op de avond al eens door gestapt. Op het centrale plein, was alles stil, muisstil. De stoelen en tafeltjes van de terrassen stonden synchroon geordend, geen glazen of vuil op de grond. Ik observeerde dit tafereel vanop een bankje waar ik een boterham tot mij nam. Zo stil, niets geen levende ziel, geen voorbijrijdende auto of fiets, het gevoel van alleen op de wereld te zijn overviel mij. Het deerde me niet, ik kon er van genieten. Tegelijkertijd de drukte en het feestgedruis die hier anders plaats vond op mijn netvlies projecterend.

Mij voorgenomen om telkens tussen de 8 en de 12 km even te stoppen om iets te eten, maar vooral om te drinken. Na iedere stop werd de zware rugzak iets lichter, pff wat weegt deze toch zwaar door de eerste 15 km. 

Plots vielen mijn ogen op slakken die hun tocht eigen tocht naar andere bestemmingen hadden ingezet. Even de tijd genomen om een foto te nemen van dit wonder der natuur. Maar ook iets van “pas op waar je je voeten zet”. 

Veel dorpjes en plaatsen komen tijdens de tocht meerdere keren terug. Door het lussen systeem en een het langwerpige parkoers. Waalwijk, Sprang-Capelle, Kaatsheuvel, … maar ook namen die ik voor het eerst las als Vaart of Klein Dongen … zullen mij andere jaren niet zijn opgevallen tussen al dat feestgedruis.

De kilte voor het ochtend krieken was deze keer heerlijk. Meestal is dat een moment om koud te krijgen, door de warme nacht voelde dit als een verademing. De opkomende zon had veel moeite met de nevel die zich over de velde uitstrekte. Ik zat door mijn watervoorraad heen, gelukkig mijn lege flesjes gespaard. Bij het binnenkomen van Waspik zag ik een openbare zuil staan om drinkwater te tappen. Ik was gered, zag er tegenop om een winkel binnen te gaan om water bij te kopen (-> Covid-19). Op het bankje mijn laatste boterham binnen gespeeld en het parkoers nog eens bekeken. 

Hé, in Waspik ging het om even afdraaien tot de volgende rustpost. Dat zag ik niet meer zitten. Ik had eerder al eens bij een rustpost even moeten zoeken. Het GPX bestand hield rekening dat je door de post kon stappen. Maar een sporthal of een kazerne is voor mij als wandelaar gesloten en verboden terrein. Nu ik toch over dat GPX bestand begin. Aan de ronde punten verliep het ook niet altijd vlot. Welke richting moet ik nu uit? Rechts, Links, rechtdoor, …. Maar na een tijdje vond ik de clou wel, gewoon gsm draaien en kijken of het blauw puntje (ik dus) de goede richting uitging. 

Waalwijk kwam terug in beeld. Het leven ging er zijn gewone gang. Woensdag is er marktdag, Hé misschien staat er wel een bakker tussen? “Save the best for last”, het laatste kraam was een bakker. Ze waren nog volop bezig met zich te installeren. Een pakje kaneelbroodjes gekocht. Man, wat was dat een droge bedoening! Bij iedere hap een half flesje water moeten drinken om door te kunnen spoelen. De bakker had gelijk, mijn honger gevoel werd snel weg genomen. Ik deed terug energie op!

Afrekening van mijn parkeer ticket, te betalen door te pinnen. Ik viel bijna achterover …. 10 cent moeten betalen. Van dinsdag rond 17:30 tot woensdag 11:00 – een goede deal!!

De terugweg in België verliep anders dan voorzien. De GPS probeerde me voor Antwerpen al de Liefkenshoektunnel in te jagen. Tol betalen zag ik niet zitten. Tijdens het nieuws was het al vlug duidelijk wat de reden hiervoor was. Een groot ongeval eerder in de ochtend met een afgesloten snelweg tot gevolg. Gelukkig kon ik nog bijsturen naar de E34 om zo via Gent de problemen te omzeilen. De ruim twee uur durende fille te vermijden.

Bij het uitdoen van de wandelschoenen had ik reeds het gevoel dat er zich wel een probleem zou voordoen met de voeten. Thuis voorzichtig de kousen uitgedaan. De vochtplekken op de rechterhiel spraken boekdelen. Er had zich in de loop van de tocht een blaar gevormd en deze was ook gesprongen. Nooit iets van gevoeld of gemerkt tijdens he stappen. Aan beide hielen heb ik een grote blaar zitten. De éne al groter dan de andere. Sinds ik mijn voeten intape is het heel uitzonderlijk tot onbestaande dat ik nog blaren opdoe. De enige verklaring hiervoor zie ik in het warme weer. Waardoor mijn voeten ook zijn beginnen zweten onder de tape. twee kleine cadeautjes dus! 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.